Vijfde ziekte

De vijfde ziekte is een besmettelijke infectieziekte veroorzaakt door een virus. De ziekte komt het meest voor bij kinderen in de basisschoolleeftijd. Voor kinderen is het een onschuldige ziekte, maar infectie in de eerste helft van de zwangerschap kan het risico van een miskraam vergroten.

De verschijnselen van de vijfde ziekte zijn:

  • grote en kleine rode vlekken die beginnen in het gezicht en zich verspreiden over het hele lichaam. De vlekken trekken na een week weg. Daarna kunnen de vlekken echter onder invloed van warmte, kou, inspanning of stress gedurende enkele weken steeds weer terugkomen voordat ze definitief verdwijnen;
  • lichte koorts;
  • vaak is het kind nauwelijks ziek;
  • bij volwassenen kan ook pijn in de gewrichten optreden.

Hoe krijg je het?

Het virus verspreidt zich via hoesten en niezen door kleine, in de lucht zwevende vochtdruppeltjes afkomstig uit de neus- en keelholte van het zieke kind. Kinderen met de vijfde ziekte zijn besmettelijk in de week voorafgaand aan de ziekte. Zodra de uitslag verschijnt, zijn ze niet besmettelijk meer.

Wat kun je als leid(st)er doen?

  • Zorg voor een goede algemene hygiëne.
  • Ventileer de ruimte regelmatig.

Melding bij de GGD

Een kinderdagverblijf is wettelijk verplicht om 'vlekjesziekten' te melden bij de GGD als er zich twee of meer gevallen voordoen binnen twee weken in dezelfde groep. Het is echter zinvol om al bij een geval van de vijfde ziektecontact op te nemen met de GGD en te overleggen over het verdere beleid.

Brengen en halen

Een kind mag het dagverblijf weer bezoeken al het zich goed voelt. Bij een bevestigd geval van de vijfde ziekte zwangere moeders en leid(st)ers geïnformeerd worden. Ook ouders van kinderen met bloedziekten moeten worden geïnformeerd, omdat bij hen de ziekte ernstig kan verlopen.

Opmerkingen

De vijfde ziekte kan gemakkelijk verward worden met andere 'vlekjesziekten'. Daarom moet er voordat er verdere maatregelen worden genomen eerst door de GGD gecontroleerd worden of het echt om de vijfde ziekte gaat. Ongeveer 60% van de volwassenen heeft de ziekte in het verleden doorgemaakt en is er daardoor tegen beschermd. Eventueel kan door bloedonderzoek vastgesteld worden of iemand beschermd is.

Naar boven