Beleid bij ziekte

Infectieziekten zijn ziekten die veroorzaakt worden door micro-organismen. Dit zijn hele kleine, levende deeltjes zoals virussen en bacteriën. Ze worden meestal van de ene mens op de andere overgedragen. Dit kan op verschillende manieren: bijvoorbeeld door hoesten of via de handen. Soms worden ziekteverwekkers overgedragen van dieren naar mensen, denk maar aan hondsdolheid. Ook komt het voor dat mensen ziek worden van bacteriën die in straatvuil of water leven. Dit is het geval bij tetanus en legionella.

Wij informeren u langs deze weg over de infectieziekten die van mens op mens overdraagbaar zijn, omdat deze in een kinderdagverblijf het meeste voorkomen. Alle informatie is verkregen uit het boek "Gezondheidsisico's in een kindercentrum of peuterspeelzaal", uitgave oktober 2007 door RIVM/CIb en Landelijk Centrum Hygiene en Veiligheid. Ook gebruiken wij als bron informatie van de GGD en hebben wij regelmatig contact met hen. De volgende pagina's zijn puur informatief en geven u inzage in ons beleid omtrent het halen en brengen bij verschillende ziekten. Wel hanteren wij ons eigen beleid met betrekking tot het brengen en/of halen van uw zieke kind. Dit alles in het belang van uw kind en onze kinderen op het kdv.

Wij geven geen advies op medisch gebied, hiervoor dient u zich te wenden tot uw huisarts.

Er zijn verschillende soorten micro-organismen die ziekten kunnen veroorzaken.

  • Bacteriën zijn micro-organismen die niet met het blote oog zijn te zien. Over het algemeen kunnen bacteriën door medicijnen (antibiotica) worden gedood.
  • Virussen zijn nog kleiner dan bacteriën. Zij zijn niet gevoelig voor antibiotica. Een virusinfectie is daarom meestal niet met medicijnen te behandelen. Het lichaam moet de ziekte zelf overwinnen.
  • Parasieten zijn iets groter dan bacteriën. Zij zijn soms met het blote oog te zien en goed te bestrijden.
  • Schimmels zijn met het blote oog te zien als zij zich in grote aantallen vermenigvuldigd hebben. Ook zij zijn meestal goed te bestrijden.

Ieder mens komt elke dag met ontelbare micro-organismen in aanraking, meestal zonder ziek te worden. Of je wel of niet ziek wordt is afhankelijk van:

  • De ziekmakende kracht van het micro-organisme. De meeste bacteriën, virussen, parasieten en schimmels zijn onschuldig.
  • Het aantal micro-organismen waarmee je besmet wordt. Hoe meer (ziekmakende) micro-organismen je tegenkomt, hoe groter de kans dat je ziek wordt.
  • Je weerstand tegen infectieziekten.

Als we met ziekteverwekkers in aanraking komen, probeert ons lichaam deze onschadelijk te maken. Dit lukt de ene keer beter dan de andere keer. Vaak is de weerstand van je lichaam de eerste keer dat het met een bepaalde ziekteverwekker in aanraking komt nog onvoldoende en word je ziek. Tijdens de ziekte gaat het lichaam echter antistoffen tegen de ziekte maken, die ervoor zorgen dat je beter wordt. Zolang je deze antistoffen in je lichaam houdt - soms is dat zelfs levenslang - krijg je dezelfde ziekte niet meer. Je bent dan immuun. Ook na inenting maakt het lichaam antistoffen die je tegen de betreffende ziekte beschermen. Daarnaast kan het gebeuren dat je een infectieziekte doormaakt zonder dat je ziekteverschijnselen hebt. Je merkt zelf dan niets, maar je lichaam gaat wel antistoffen maken. Deze antistoffen beschermen je dan later tegen de ziekte.

Kleine kinderen hebben nog weinig weerstand tegen infectieziekten. Daardoor zijn ze veel vaker ziek dan volwassenen. Het is een natuurlijk gegeven dat kinderen een aantal infecties moeten doormaken om hun weerstand op te bouwen. Het is daarom niet zinvol (en bovendien ook niet mogelijk) om alle contact met ziekteverwekkende micro-organismen te vermijden. Uiteraard moet ernstige ziekte voorkomen worden.

Naar boven